De eerste fase (mei 1940 tot eind februari 1941): samenwerken
Enige kenmerken:
- Duitsland had Nederland bezet en de Duitsers waren nu de baas. De meeste Nederlanders probeerden zich zoveel mogelijk aan te passen aan de nieuwe situatie. De Nederlanders hoopten zo het leven van voor de oorlog zo goed mogelijk voort te kunnen zetten. En dat lukte aardig.
- De meeste ambtenaren en werknemers konden in deze fase gewoon blijven werken. Wel moesten de bevelen van de Duitsers worden opgevolgd.
- Het aantal mensen dat verzet bood tegen de Duitsers was klein.
- De belangrijkste veranderingen waren de maatregelen tegen de Joodse Nederlanders:
- Alle Joden met een eigen bedrijf moesten zich bij de Duitsers melden.
- Joodse ambtenaren werden ontslagen.
- De Duitsers lieten de bestuurders (bijvoorbeeld burgemeesters) van het land zoveel mogelijk zitten. Wel moesten zij de Duitse bevelen uitvoeren.
- Door de oorlog moesten steeds meer Duitse mannen in het leger. De Duitsers hoopten dat (werkloze) Nederlandse mannen deze plaatsen vrijwillig wilden innemen.
Zowel de Nederlanders als de Duitsers probeerden zo goed mogelijk met elkaar samen te werken.






