De tweede fase ( eind februari 1941 tot april 1943): onderdrukking
Enige kenmerken:
- De meeste Nederlanders voelden niks voor het nationaal socialisme. Dat bleek op 25 februari 1941. In Amsterdam brak een grote staking uit. Ook in andere steden werd er gestaakt. Deze staking was een protest tegen de maatregelen die de Duitsers tegen de Joden namen.
- Er gingen maar weinig Nederlanders vrijwillig in Duitsland werken. Daarom besloten de Duitsers om Nederlanders te dwingen in Duitsland te gaan werken. Ook werden veel Nederlandse producten en goederen naar Duitsland vervoerd. Zo ontstond er in Nederland een tekort.
- Alle vakverenigingen werden door de Duitsers verboden en door hen vervangen in één organisatie: het Nederlandse Arbeidsfront.
- De NSB, de Nederlandse fascistische partij onder leiding van Mussert, was de enige politieke partij die werd toegestaan. Maar weinig Nederlanders werden lid van de NSB.
- Stap voor stap werden de Joden uit de samenleving geïsoleerd. In de persoonsbewijzen (identiteitsbewijs) van de Joden werd een grote 'J' geplaatst. De Joden werden verplicht, op straat, een gele ster op hun kleding dragen. Daarna werden ze naar Westerbork (Drenthe) vervoerd. Vandaar uit werden ze doorgestuurd naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor in Polen.
- Het aantal mensen in het verzet groeide. Het ging nog steeds om kleine groepjes.
De Nederlanders kregen een steeds grotere hekel aan de Duitsers. De Duitsers gingen de bevolking steeds meer onderdrukken.






