De derde fase (april 1943 tot september 1944): meer conflicten
Enige kenmerken:
- In april besloten de Duitsers dat alle Nederlandse soldaten die in 1940 waren vrijgelaten, zich moesten melden. Zij werden verplicht in Duitsland te gaan werken. Daarop braken in 1943 de April-mei-stakingen uit. De Duitsers schoten een aantal stakers dood. Maar veel soldaten meldden zich niet. Zij doken onder.
- De oorlog verliep steeds slechter voor de Duitsers. Aan het Oostfront (Eerste front) leden de Duitsers grote verliezen. Ze hadden steeds meer arbeidskrachten nodig in Duitsland. Veel Nederlanders wilden niet in Duitsland gaan werken en zij doken onder. Toch hebben ongeveer 600.000 Nederlanders in Duitsland gewerkt.
- In deze fase werden de laatste Joden naar de vernietigingskampen gebracht. Ruim 100.000 van de ongeveer 140.000 Nederlandse Joden zijn in de vernietigingskampen vermoord. Ongeveer 20.000 Joden wisten onder te duiken of te vluchten.
- Het verzet groeide sterk. Er werden illegale (niet door de Duitsers toegestane) kranten uitgegeven. Onderduikers werden geholpen. En er werd gespioneerd voor de Geallieerde troepen. Er waren 'knokploegen die aanslagen pleegden.
Het aantal conflicten tussen Nederlanders en Duitsers werd steeds groter.






